Djembe techniek: Slap Toon Bas

De djembe is een laagdrempelig instrument. Je hoeft nog maar kort te spelen en met elkaar, zet je al gauw iets leuks neer. Met een workshop zijn mensen vaak verrast hoeveel muziek ze binnen anderhalf uur al maken, terwijl ze nog nooit gespeeld hebben. De simpelheid van het instrument – even lekker rammen – is verraderlijk. Voordat je een zuivere toon op een viool speelt, kan jaren duren. Iedereen weet hoe moeilijk dat is.  Maar voordat je een echt goed geluid op de djembe speelt, duurt voor de meeste, in ieder geval voor westerse spelers, vaak veel langer.  Omdat het niet onze cultuur is, horen wij westerlingen dat vaak nog niet. Voor de Fransen, die het gebied van West-Afrika waar de djembe vandaan komt gekoloniseerd hadden, was alles tam-tam wat in de koloniale tijd een ander woord was voor herrie.

Hoewel de djembe, zoals elke handtrommel, een eindeloze variatie aan klanken kan voortbrengen, van gefluister, een dood visje – geleerd van Haagse slagwerkers – de Fla, tussen slap en toon,  tot diepe zware bassen en vlijmscherpe hoge tonen, zijn er drie ideaaltypen: de bas, de toon en de slap. Of in het Frans, letterlijke de linqua Franca van West-afrika: bas, plume en claque. Deze indeling geldt eigenlijk voor alle handtrommels. De techniek om ze te bereiken, verschilt echter per trommel. In dit artikel wil ik proberen iets uit te leggen over de juiste techniek voor de djembe. Over dit onderwerp wordt enorm veel gepraat, maar ik had nog nooit op schrift een poging gezien om het in detail uit te leggen.

De Houding

Om te beginnen kan je de djembe staand of zittend spelen. Voor de meeste recreatieve spelers is zitten te prefereren. Staan vergt een eigen manier van spelen waarbij je goed door je knieën moet zakken en de djembé niet te hoog moet komen (duracel-konijntje).  Ik beperk me hier even tot het zittend spelen. Zorg dat je op de goede hoogte zit. Je benen het liefste in een hoek en 90 graden, rechtop en een beetje naar voren. Hou de djembe schuin van je af, zodat de bassen goed naar buiten kunnen en je voldoende afstand hebt om de djembe goed te raken.  De armen zijn dan licht gekromd en de djembe is niet te dichtbij. Zoek het punt dat de djembe schuin bijna in evenwicht is. Je hoeft dan maar heel weinig met je benen te sturen om te zorgen dat hij blijft staan.

Balans

Hou de rug van de geit, die je meestal ziet lopen en ook voelt omdat het vel daar wat dikker is, als een rechte lijn voor je. Je handen slaan dan links en rechts van de verdikte huid. Hiermee zorg je dat het geluid links en rechts ook zoveel mogelijk hetzelfde is. Dit is voor alle vormen van drummen belangrijk om evenwicht tussen rechts en links te houden. Je zwakke hand moet even sterk worden als je sterke hand. Ook zal het veel tijd en oefening kosten om je slaps en tonen links en rechts hetzelfde te krijgen.  Dat is op zich heel vreemd, wanneer je merkt dat je met de ene hand iets al goed kan, maar je andere hand het nog niet kan na doen. Als je ene hand het nog niet kan uitleggen aan je andere, hoe moeilijk is het dan om in woorden iets te zeggen. Zie dit artikel dus als een kapstok om je verder te helpen. Maar het meest leer je van het te doen en te luisteren. Zorg dat je jezelf telkens weer uitdaagt en oplaadt door goede lessen te nemen en wellicht eens een keer naar Afrika te gaan. Ik ken veel leuke contacten en verblijfplaatsen, als je een keer wat wilt weten.

Bas

De bas maak je met de palm van je hand. Je gebruikt de hele onderarm en laat de palm van je hand vallen op het vel. Niet helemaal in het midden, maar een beetje dichter naar de rand die het dichtst bij je is. Daar klinkt de bas het lekkerst en heb je minder tijd nodig om naar de rand te komen als je gaat variëren met toon en slap. Op het moment dat de hand neerkomt strek je de vingers zodat zij geen onnodige bijgeluiden veroorzaken. De energie overdracht op het vel concentreert zich op de hele palm van de hand. Dus ook de kussentje onder je vinger en niet alleen de muis van de hand, zoals je ook wel eens ziet bij beginners.  De hand is niet te slap en valt door tot alle energie is overgedragen. Dan met een zeker souplesse komt de hand weer omhoog, alsof hij stuitert op een trampoline. Het vel komt zo vrij om te trillen en een mooie bas te produceren. Oefen het met rechts en links afwisselend totdat er een natuurlijke en soepele afwisseling van de slagen plaats vindt. De ene hand komt omhoog terwijl de ander naar beneden valt; een natuurlijke cadans waar je niet meer over na hoeft te denken, even vanzelfsprekend als bijvoorbeeld lopen.

Toon

De toon is eigenlijk het moeilijkst te maken geluid. Hoewel veel beginners zullen zeggen dat de slap veel moeilijker is. Als je verder komt merk je dat de toon nog nauwer luistert. Het is een diep sonoor geluid dat een zekere impact moet hebben. Een goede speler laat zijn tonen uitkomen boven de hogere en schellere slap. Bij beginnende spelers is dit vaak nog andersom.
De kunst bij het spelen van de toon is om de hoge boventonen te dempen. Dit doe je door zoveel en diep mogelijk contact te maken met het vel. De kussentje onder de vingers komen op de rand, zonder daar tegen aan te bonken. Dit geeft alleen maar blessures en produceert geen geluid. Het vel moet in trilling komen. Alle vinger moeten over de hele lengte op hetzelfde moment het vel raken. Sommige spelers houden ook de duim gestrekt langs de hand, vooral gangbaar in Mali. Het is een goede manier van spelen die heel mooi kan zijn. Ik leer meestal om de duim zijwaarts te strekken, zodat deze geheel buiten het vel komt. Voordeel is in ieder geval dat je niet met het bot van je duim op de rand kan komen, wat onverwachts opeens veel pijn kan doen.

De toon moet impact hebben. Je moet hem als het ware even voelen in je maag. Stel je voor dat je bijna even door de trommel heen wilt slaan. Bij een goede toon, moet je de schouders spannen om de juiste impact op het vel te geven en ook om de spanning en positie van de hand goed te controleren. Die spanning van de hand, dus de kracht waarmee je hem moet strekken, is over het algemeen groter dan de meeste denken. De spanning die iemand gebruikt is moeilijk waar te nemen. Dus dit is mijn interpretatie van wat ik zie.

De slag is stevig, maar let wel op dat je, zodra de energie uit je hand en arm is overgedragen op het vel, je de hand ook weer tijdig omhoog brengt. Ook een toon moet de ruimte en vrijheid krijgen om door te klinken. Het is zoeken naar het juiste midden daarin. Doorslaan maar tijdig terugtrekken is heel iets anders dan de handjes laten wapperen. Zo ziet het er misschien uit. Maar mooi spel vereist een ingehouden kracht. De handen zijn eerder plankjes. Wie de schouders niet goed gebruikt krijgt nooit het expressieve geluid dat de djembe typeert. De schouders zijn voor de djembe als het core-work in dans en sport.

Wanneer je hier verder mee komt zal je merken dat hoe dikker en hoe strakker het vel staat, hoe meer spanning je in de hand nodig hebt om een mooie toon te produceren. Daarnaast zal je merken dat die spanning en ingehouden kracht waarmee je speelt, op een gegeven moment je snelheid kunnen beperken. Met lossere polsen kan je sneller spelen. Het geluid verliest dan wel impact. Door ervaring leer je hiermee te spelen.

Slap

De slap is de derde ideaalklank die je op de djembe kan produceren. Door het verschil met toon zo groot mogelijk te maken, wordt je spel helder en expressief. Bij de slap streef je naar een zo hoog mogelijke klank. Dit doe je door zo min mogelijk contact met het vel te maken. Eigenlijk raken alleen je vingertoppen het vel. Verder komt de palm van je hand ergens tegen de rand van de trommel. Dit hoeft niet heel hard te zijn, hoewel veel spelers van de slap behoorlijke eeltplekken ontwikkelen.  Dit kan zijn op het zachte gedeelte onder je pink. Siaka Deni, mijn leraar uit Burkina Faso, heeft dat. Hij noemt die plek ‘Du patron’. Daarmee geeft hij aan dat deze plek belangrijk is. De Patron is de meester bij wie je een vak kan leren. Andere spelers hebben de eeltplek juist aan de andere kant onder wijs- en middelvinger. Er zijn zijn ook spelers met vrijwel geen eelt. Of dat een kwestie van aanleg is, of een andere techniek. Ik denk dat allebei daar wel een rol bij spelen.

Het geeft maar weer aan dat er niet één manier is om djembé te spelen. Iedere hand is persoonlijk en dat maakt het trommelen ook zo leuk. Je kan altijd je eigen manier ontwikkelen en je moet het uiteindelijk allemaal zelf ontdekken. Ook deze woorden zijn maar een beperkt hulpmiddel en zullen misschien pas landen als je het zelf al ontdekt hebt. Het is een beetje als een oud oosterse gezegde: de leermeester dient zich aan als je er zelf klaar voor bent.

Bij de slap is de hand wel wat minder gespannen dan bij de toon. Maar er blijft spanning in zitten. Mijn leermeester Siaka liet zien dat bij een goede slap de pezen van wijs- en middelvinger een klein beetje door de huid heen blijven steken. Hij had daar af en toe ook last van zoveel slaps speelde hij.

Tot slot nog even aan advies dat voor alle slagen dus geld, ook bij de slap is het weer van belang de hele onderarm te gebruiken en niet alleen het polsgewricht. Die kan je als laatste ook gebruiken. Zeker als je met meer snelheid en souplesse wil spelen is de pols belangrijk.

Veel mensen zeggen dat je bij de slap je vingers ook een beetje uit elkaar mag laten vallen. Misschien helpt het om in het begin het verschil te maken, maar in de praktijk als ik goede meesters zie spelen, is dat niet of nauwelijks zichtbaar. Ik hou mijn vinger ook bij de slap bij elkaar, en vind de sound minder goed worden als de vingers wat uit elkaar vallen. Het is voor iedereen uitproberen, experimenteren en telkens weer je oren de doorslag laten geven. Alleen je oren geven je echt goede raad, als je muziek gaat maken. Miles Davis zei:  Listen and Play. Zo simpel is het.

Tot besluit

Ik hoop dat dit artikel je kan helpen om je techniek te verbeteren. Dit is zeker niet de waarheid. Dit is wat ik na twintig jaar spelen te weten ben gekomen, maar nog steeds kan het voorkomen dat ik opeens weer iets nieuws ontdek. Eigenlijk ben je nooit klaar met het ontwikkelen van je geluid. Als ik een grote meester van dichtbij meemaak, ben ik altijd weer geïnspireerd en opgeladen om het nog beter te doen. Mocht je naar aanleiding van dit artikel vragen of opmerkingen hebben, aarzel niet om contact met mij op te nemen, of te reageren hieronder.

Sebastiaan de Vries

Leave a comment

Your email address will not be published.

POST COMMENT