De Notatie van een ritme

Ik werk voor mijn notatie graag in Excel, omdat ik het makkelijk kan updaten en bewaren en het is voor veel mensen wat makkelijker dan noten. De notatie werkt als volgt. Elke vakje in Excel is een pulse, het staat voor de doorgaande beweging van de handen rechts, links (r, l) of sterk en zwak (+ -). Ben je rechts dan voel en speel je de beat op rechts, ben je links dans is het net andersom.


Hier staat dus genoteerd: sla zestien keer met je hand in de lucht en begin met je sterke hand.

In plaats van in de lucht te slaan kan je nu natuurlijk ook je djembe raken:
S = Slap
O = Open of toon
B = Bas
X = Bel

Een onderstreping is gedempt.
Bijvoorbeeld S is een gedempte slap. Je éne hand leg je op het vel terwijl je met de ander slap speelt.

Voor de doundoun ritmes gebruik ik vaak de beginletter van de trommel:
K = Kenkeni (kleinste)
S = Sangban
D = Dundunba

Of ik gebruik:
O = open
C = gedempt (Choked)

Gedempt op op de doun, dan hou je de stok schuin en zorgt dat er geen bounce is. De stok blijft even tegen het vel geplakt. Dit geeft een kort droog geluid dat ook al doe je het heel zacht altijd goed hoorboor blijft.

De beat is eigenlijk het tempo waarin je je voeten doorgaans verplaatst in de dans of het tempo dat mensen automatisch samen meeklappen bij een concert.  De beat is in deze notatie gemarkeerd door een klein kleur verschil. Een beat heeft meestal vier of drie pulsen (heel soms twee of zes).

Maatsoort  Vier beats met vier pulsen noem je een vierkwartsmaat 4/4. Dit is de meest voorkomende maatsoort, in ieder geval in de popmuziek. In de Afrikaanse muziek zijn er ook veel ritmes die als twaalf achtste worden genoteerd. De beat is daar onderverdeeld in drie pulsjes. Het verschil is misschien duidelijk als je vier keer zonder pauze pannenkoeken zegt (een 4/4 maat), en daarna vier keer poffertjes (een 12/8 maat).

Noten De pulse in een vierkwartsmaat wordt genoteerd met zestiende noten. In een vierkwartsmaat zitten namelijk 16 pulsjes. Vier zestiende noten vormen samen een kwart noot, dat is de beat. Sla je telkens een pulsje over en speel je nog maar de helft van de 16 zestienden, dan krijgje achtsten. Dit kun je doen door afwisselend te slaan en dan vervolgens in het hetzelfde doorgaande tempo met je zwakke hand in de lucht te slaan. Je halveert dan dus het tempo. In de muzikale context zul je meestal het tempo van je hand beweging halveren. Dat is natuurlijk efficiënter. Maar met een hand een aantal keren achter elkaar slaan wordt ook veel gebruikt. Het geeft toch net een ander geval aan het ritme en het heeft ook een visueel effect.

=  =
Een kwartnoot = 2 achtste noten = 4 zestienden
Elke noot heeft een stok en een vlag. Je kan de vlaggen ook met elkaar verbinden. Zo kan je noten bij elkaar groeperen die in een beat horen. In excel doe ik dat door kleur verschil.
= =

In excel:

In deze vierkwartsmaat, duur elke beat precies even lang of je nu 1 kwartnoot speelt, twee achtsten, 4 zestienden of helemaal niets. Dat laatste is ook belangrijk de tijd nemen voor je pauze. De interne klok van het ritme moet altijd gelijkmatig doorlopen.

De twaalfachtste maatsoort
Tot nu toe was het allemaal logisch en duidelijk, hoop ik? Nu komt de uitzondering. In een twaalfachtste wordt de puls meestal genoteerd als achtste. En gaan dan drie achtsten in een kwartnoot en twaalf achtsten vormen een maat (en dus niet anderhalve maat). Raar? Ja. Als iemand het kan uitleggen graag.